OPRICHTING

Het waren de heren B. Zwaverink, J. Derksen, H. Bosma, J. Rohrink, W. Koller, B. Damhuis, F. Veldhuis, J. Lippinkhof, J. Bijkerk, J. Schorfhaar, P v/d Genugten, G. ter Haar, P. Bouma, en T. Effing die in 1923 besloten om een postduivenclub op te richten, dit alles gebeurde in januari 1923. Op 23 januari 1923 werd dan ook besloten dit waar te maken en als naam werd “Snelvlucht” gekozen. De “Snelvlucht” was geboren. Als clublokaal werd gekozen Berenkluppels (café Lippinkhof) en als voorzitter/secretaris J. Derksen  (gemeente secretaris) en de heer H. v/d Genugten  werd penningmeester. Het lopende jaar melden zich nog de heren W. Middelhuis, B. Herik, B. Damhuis, J. Richter (café) A. Gerfink, A. Nijmeijer, J. Vrelink, A. Dijkhof, J. Rolink, J. Koopman, H. Berends, J. ter Laak (politie) H. Thorn, J. Bleijenberg, en J. Posthumus. Dus het eerste jaar al een goed begin. Inmiddels waren ook de vluchten begonnen, 1e vlucht Haaksbergen, 2e Velp, 3e Zevenaar, 4e Oss, 5e Baarle Nassau en als op deze vluchten nog duiven over waren zou ook nog als 6e vlucht Roosendaal  nog gevlogen worden. De eerste vlucht van Velp 1923 waren 19 duiven in concours en wel van de volgende leden W. Koller 2, J. Derksen 1, H. Bosma 3, J. Bijkerk 1, H. Schorfhaar 3, B. Zwaferink 2, T. Effing 1, J. Rohrink 3, B. Damhuis 3 en als niet lid J. Riesewijk 1. Van deze 20 duiven waren er 9 met een vaste voetring en de anderen waren ongeringd.   De Heer J. Bijkerk werd eerste en op de volgende vlucht ook weer met de zelfde duif wat iets wonderbaarlijks was en dat naar de café klok van Lippinkhof zonder dat er seconden werden berekend.

 

DE JAREN 1923-1930

Van 1923 tot 1930 werd er verschillende keren weer van voor af begonnen, daar op de vlucht van Oss (rampvlucht) steeds weer opnieuw worden begonnen.
Men dacht toen een idee te hebben om Oss niet meer te vliegen daar Oss in een gat lag en de duiven hier niet konden uitkomen, maar dit kon ook niet daar Oss aan een spoorlijn lag en men moest de richting Baarle Nassau aan houden.
Het versturen was een probleem, de tram uit Losser vertrok om 19.30 uur richting Oldenzaal en dan moest er worden afgewacht wanneer de duiven verder gingen, en vaak kwam het voor dat de trein vanuit Oldenzaal reeds weg was of deze trein liep niet voor duiven manden (of mand) want we hadden meestal een mand met een tussenschot voor doffers en duivinnen, en als dan de trein weg was dat de duiven dan tot de volgende dag moesten wachten zonder voer en misschien ook wel zonder water, ook al stond ervoor een bord met de text: geef ons te drinken!!.
En toch kwam er een teken in de strijd door de aanschaf van een prikklok als moederklok en constateren.
De wilde jachten op de zondag werden steeds erger, om maar zo snel mogelijk de gummiring in de klok te krijgen, en deze klok stond in cafe lippinkhoff, en hier door kwamen de vreemdste gevallen voor.
De gummiring in de mond, de een viel deze uit de mond en kon deze niet weer terug vinden, weer een ander kwam met de mededeling dat hij de ring had doorgeslikt en ook is menig kerkganger onder de fiets gekomen.
In die tijd was er ook nog geen telefoon en radio en wist men ook niet hoe laat en wanneer de duiven waren gelost en men er toen achter kwam wanneer de manden werden terug gebracht (meestal op donderdag) daar op de brief van de station chef altijd stond Beleefd verzocht de duiven (bij goed weer) om 08.00 te lossen. en aan de hand van deze brief konden zien wanneer en hoe laat ze waren gelost, en men toen wist dat ze een dag voor niets hadden opgepast.
Veel moeite had men met de prikklok ondanks dat er een paar leden naar Enschede waren geweest om dit te leren, en kwam het regelmatig voor om de klok met hamer en schroevendraaier te openen, De prikgaatjes waren dicht, enz., later kwam er een andere moederklok en ging het wat beter, er kwam meer animo en in noodgevallen kon men telefoneren bij Dr. De Bruyn die bij hotel Smit in kost was. De crisis bracht alles weer tot stilstand zodat we in 1930 nog met 7 leden overbleven.

 

 

DE JAREN 1931-1940

In 1931 zelfs nog met 6 leden en we de zustervereniging de snelvlucht in Oldenzaal om met hun mede te mogen vliegen, dit kwam in orde maar we moesten wel de duiven naar Oldenzaal brengen en daar ook de klokken regelen. dit alles gebeurde bij Hanneke Lohuis  aan de hengelosestraat en dit heeft 3 jaar geduurd. In die tijd is het aantal leden weer gegroeid en er moest geld komen voor nieuwe verzendmanden daar de oude waren versleten. Intussen had een klein groepje leden niet stil gezeten en eerst met tegenwerking van de gemeente en later met medewerking van de burgemeester daar deze eest had verboden om loten te mogen verkopen, hierop werd besloten om een raad wedstrijd te houden met het idee om de moederklok geheel op te winden en dan te laten raden op welke dag, uur en seconde deze klok ging stil staan. De klok zou dan naar het gemeentehuis/politiebureau worden gebracht en daar opgewonden en verzegeld werd onder toezicht van de veldwachter. Zodra de raadbriefjes waren verkocht en de klok was stilgevallen werd de klok in het gemeentehuis open gemaakt en kon men zien hoe laat de klok was stilgevallen. De prijzen werden toegekend aan de genen wie het er het dichts bij waren. De raadbriefjes werden door het gehele land verstuurd naar de adressen uit de duivenkrant en met mede werking van afdeling G in Overijssel (eest niet daarna wel) zodat er nog 40 adressen bij kwamen. De opbrengst was formidabel en wel f. 194,56, daar in die tijd voor een verzendmand f. 5,00 werd betaald, hier door was onze vereniging van de ondergang gered en gingen we weer met goede moed onze eigen duiven weer verzenden. Hier nog de leden wie hier voor zich hebben ingezet. J. Koopman, T. Effing, A. Stegge, J. Lipinkhof, A. van Rinsum, H. Burink, Gebr. Benneker, Gebr. Vaanholt, F. Scheffer, B. Hagemeier en Gebr. Scheffer uit de Glane.  Weer bloei in de Snelvlucht.

de jaren 1941-1950

Helaas kwam de oorlog en alles werd stop gezet, en het werd nog erger toen in 1943 alle duiven moesten worden afgemaakt, alles was voor niets geweest en zelf de kas moest worden ingeleverd, wat natuurlijk niet is gebeurd met veel risico. De heren Koopman en Vaanhold  hielden enkele duiven achter en ook de gebr. Dijkhuis uit de Glane hadden nog duiven. Toen de bevrijding kwam had Koopman nog 2 duiven en Vaanhold nog 1, dat Koopman nog 2 duiven overhield had hij te danken aan B. Damhuis (oprichter)  die bijna de gehele oorlogstijd de duiven heeft verzorgd.  Na de bevrijding kreeg Koopman 4 duiven erbij van de Heer Meijerink uit Lonneker en 1 van T. Rupers en daarmee is weer een begin gemaakt en ging het weer opwaarts in de vereniging en het aantal leden in 1945 ging in 1946 weer vooruit met 9 leden en in het zelfde jaar kwamen er weer 12 erbij zodat we in 1948 al met 30 leden waren, en het aantal leden groeide maar door en in 1950 hadden we 134 leden (het hoogste aantal) en mede hierdoor werd de zaal van cafe Lippinkhof te klein en zijn we overgestapt naar een grotere zaal en wel naar cafe Koopman.

 

De jaren 1951-1960

In 1951 daalde het aantal leden weer en in 1954 hadden we 110 leden en de Twentsche Bond werd opgericht, in 1955 nog 68 leden en de Oostelijke Bond werd opgericht met een gezamelijke tentoonstelling in cafe Koopman. In 1956 stond dit een aantal leden niet aan , om reden de zware zuid oost vluchten, maar de meerderheid der stemmen besliste nog, ook in dit jaar werd een stukje grond aangekocht voor een club gebouw aan de Kopshofweg, maar hier is nooit iets van gekomen daar de Heer J. Koopman (cafe Koopman) hier op tegen was. In 1957 wilden vele leden weer iets anders proberen, en nu komt de breuk de leden uit de Glane en een paar leden uit Losser stichten een nieuwe vereniging (De Sportvogel) In 1958 dreigde onze vereniging ten onder te gaan maar hierin verzetten de Heren J. Wilderink, J. Koopman en de Heer W. Spolmink zich geweldig. De N.A.B. v. P  werd de baas in Losser en ons bestuur werd geschorst en we konden niet meer in N.P.O. verband mee spelen, een zware slag, waar we machteloos tegen waren en maar proberen hier uit te komen, en dit lukte. In 1959 hadden we al weer 23 leden en in 1960 32 leden.

 

De jaren 1961-1970

In 1963 bij ons 40 jarig jubileum hadden we 34 leden en ook het stukje grond aan de kopshofweg werd toen verkocht, en 1966 hadden we al weer 46 leden. In 1967 kwam de Heer J. Poorthuis met het idee om tentoonstelling kooien in eigen beheer te maken daar dit aan huur veel geld kon opleveren. De Heer J. Poorthuis met medewerking van J. Riesewijk is in dit jaar begonnen met het maken van deze kooien en dit jaar hadden we met de tentoonstelling al 50 duiven kunnen tentoonstellen in deze kooien. Het 45 jarig bestaan was een geweldig gebeuren met 250 kooien in eigen beheer. Deze kooien heeft aan matraal f. 715,96 gekost, maar door deze te verhuren was dit dan weer snel verdiend. In 1970 hadden we 34 leden en werd ons lid de Heer J. Koopman door de burgemeester geridderd in de orde van Oranje Nassau in zilver voor zijn verdiensten als 45 jaar secretaris/penningmeester. Ook dit jaar kregen we het idee om ook eens wat te doen voor de kinderen en dit werd een St. Nicolaasfeest wat gezamelijk  met de vast klanten van cafe Koopman werd georganiseerd met als grote animator H. Nijmeijer, hierin werd ook de Losserhof betrokken, want alles wat aan snoepgoed overbleef werd aan deze instelling geschonken.

De jaren 1971-1980

In 1971 waren we weer toe aan nieuw verzendmanden, en er werden 17 2e hands verzendmanden gekocht voor een schapelijke prijs van een vereniging in Tubbergen. In 1973 hebben we ons 50 jarig bestaan groots gevierd met 47 leden en tot 1980 veranderde dit aantal niet . Op 4 december 1980 is ons lid de Heer J. Koopman overleden (cafe Koopman) en werden de deuren van Cafe Koopman voor onze vereniging op slot gedraaid en stond onze vereniging op straat. Met medewerking van de gemeente  Losser werd er snel voor ons een oplossing gevonden en konden we onze verzendmanden op de zolder van de CVO school opslaan en in de zomermaanden konden we gebruik maken (huren) van het gebouw van de ijsclub zodat we toch onze duiven konden versturen.

De jaren 1981-1990

In 1981 en 1982 hebben we gebruik gemaakt van het clubgebouw van de ijsclub. In 1982 hebben onze leden niet stilgestaan en wij nog geen eigen onderkomen hadden en wij in 1983 ons 60 jarig bestaan wilden vieren dachten enkele leden als ze het clubgebouw willen bouwen en het 60 jarig bestaan willen vieren wat moeten wij dan wel bij betalen en hebben zich toen laten uitschrijven. Maar er waren ook andere leden wie van alles regelden, er werd een loterij aangevraagd voor ons te bouwen clublokaal, dit in het uitgeven van een jubileumboekje met daarin het lotnummer, daar ook vele winkeliers ons wilden steunen met het plaatsen van een advertentie. De 1000 lotnummerboekjes waren in 2 weken uitverkocht en mede hierdoor is er een mooi batig saldo overgebleven. Maar we hadden nog geen eigen onderkomen en stonden bijna wekelijks bij de Gemeente op de stoep om ons hierover te beklagen en dit heeft veel geholpen daar de gemeente ook met de LPKV ( Losserse Pluim en Konijnen Vereniging ) een probleem had (kooienopslag) en de gemeente ons vroeg of we dit niet gezamenlijk konden oplossen door gezamenlijk een gebouw te bouwen. (beide verenigingen waren het hier snel over eens). Ook had de feest commissie reeds voor het jubileum gespaard en er was  toen alle reden om dit groots te vieren in zaal Heydemann op 15 januari 1983. Dit ook omdat wij het bericht hadden ontvangen om te mogen bouwen aan de kloppenstraat waar de woningstichting een noodgebouw had staan en wij reeds waren begonnen met de bouw van het clubgebouw. Daar eind november de woningstichting  het noodgebouw s’ morgens had wegehaald werd s’middags de grond al uit gezeten vanaf toen ging alles met stoom en heet water, ook mede doornat deze winter de weergoden met ons waren. Toen de vlucht in in 1983 begonnen was het clubgebouw nog niet hele maal klaar maar wij konden wel van hieruit onze duiven versturen. In het najaar en wel op 1 oktober werd het gezamenlijk onderkomen met ieder zijn eigen deur door de wethouder van sportzaken de Heer J. Ensing geopend.